De auto was toen 19 jaar oud en had gemiddeld 3.000 per jaar afgelegd toen ik hem kocht in 1990. Ik heb er veel plezier mee gehad. In de eerste plaats vanwege de bijzondere kleur rood in combinatie met het chroom. Ik heb de nodige keren meegemaakt dat ik met een gangetje van rond de 100 over de snelweg tufte en er een Porsche of dikke Mercedes naast me kwam rijden met een kwijlende bestuurder. Want dat was wat ik graag deed: met mooi weer de auto opdoffen en dan rondrijden.
Maar ook door de Keverclub Nederland was het een fantastische tijd. Want zo rond de eerste helft jaren negentig was dat een petrolhead club met zowel mannen als vrouwen. En zo'n gemengd gezelschap tijdens een meeting geeft toch een hele andere sfeer.
Verder was de KCN bijzonder actief om bij evenementen aanwezig te zijn.
Waarom heb ik dan uiteindelijk de auto verkocht?
Twee redenen. In de eerste plaats woonde ik in het centrum van Amsterdam; een van de eerste gebieden met betaald parkeren. Omdat ik tegen Oost aanwoonde, zette ik de auto daar neer voor de deur van mijn werk. Helaas, is er twee keer gepoogd in te breken.

Gelukkig met verwaarloosbare schade.
De tweede reden was mijn ex. Klinkt lullig, maar zo bedoel ik het dus niet. Zij kwam uit Brazilië en daar was de Kever net weer in productie genomen en een heel gangbare auto in het straatbeeld. Zij zag de auto dus als een gebruiksvoorwerp en niet als hobby.
Tja, en dan wordt het enthousiasme voor de hobby minder en is verkopen eigenlijk de enige logische stap.
Ik ben nog wel op zoek geweest naar stallingruimte. Maar dat was toch allemaal té ver van mijn woninkje vandaan.
Een aantal jaren geleden heb ik voor iemand nog een testrit gereden en meteen kwam dat specifieke gevoel terug. Die met paardenharen gevulde stoelen waar je in weg zakt en die het meest voor 'comfort' moeten zorgen.
Het zware sturen met die enorme zijwindgevoeligheid (Ook ik reed met een zak zand in het bagageruimte).
Die pedalen met hun lange slag en het scharnierpunt boven.
De hendeltjes voor de hoeveelheid warme lucht en de hoeveelheid lucht die onder de achterbank geblazen wordt. Hendeltjes die je als echte Keverrijder constant bedient.
Het ielige voorruitje dat bijna tegen je neus aan zit.
Het harkige schakelen.
Allemaal zaken die Keverrijden onvergelijkbaar maken en die ik tot op heden mis.
Ooit, ooit komt er nog een Kever voor de deur. Een 1200 of 1300. Geen cabrio en zonder McPherson wielophanging. Immers, Keverrijden is geweldig.
